Blog van SINN

Elke peuter verdient een HBO-er

Door: Cobi van Liere - 21-5-2015


Overal in Nederland zijn er initiatieven om de samenwerking tussen peuterspeelzalen, kinderopvang en basisscholen te versterken. Integrale kindcentra (IKC’s) schieten als paddenstoelen uit de grond, met de bedoeling om opvang en onderwijs voor 0-12 jarigen te organiseren vanuit één visie en één aansturing. We zien dat een sterke pedagogische omgeving voor de allerjongste kinderen nu definitief serieuze aandacht krijgt. Een positieve koers en hét moment om HBO-ers een structurele plek te geven op de groepen van 2-4 jarigen!

De tijd dat basisscholen 4-jarigen als “blanco kind” wilden ontvangen ligt gelukkig ver achter ons. De positieve invloed van een voorschools aanbod op een goede (taal)ontwikkeling staat inmiddels buiten kijf. Inspanningen van de voorschoolse organisaties om op professionele wijze de ontwikkeling van jonge kinderen te ondersteunen en te stimuleren werpen hun vruchten af. De doorgaande lijn is een begrip en niet meer weg te denken in de samenwerking tussen voor- en vroegschool. Sterker nog: het heeft als vliegwiel gewerkt voor de huidige IKC ontwikkelingen.

Waar de peuterspeelzalen ooit speelgroepjes waren en de kinderopvang primair gold als opvang voor kinderen van werkende ouders, is er gaandeweg steeds meer accent komen te liggen op het belang van een goede ontwikkelingsstimulering van jonge kinderen. Hoe eerder belemmeringen in ontwikkeling onderkend worden, hoe groter de kans op een succesvolle schoolloopbaan.

Vakmanschap is meesterschap
Het vak van pedagogisch medewerker vraagt tegenwoordig dan ook om een grondige kennis van de ontwikkelingsfasen van jonge kinderen en een professionele houding om hun ontwikkeling te stimuleren. Via trainingen, scholing en coaching is er de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in pedagogisch medewerkers om hiervoor voldoende toegerust te zijn. 

De hoofdtaak van de pedagogisch medewerker is nog steeds het begeleiden van individuele- en groepen kinderen zodat zij zich spelenderwijs kunnen ontwikkelen.

De laatste jaren zijn daar nogal wat taken bij gekomen die om andere vaardigheden vragen, zoals:

  • doelgericht werken met handelings- en groepsplannen
  • observaties uitvoeren en omzetten in een volgsysteem
  • vroegtijdig ontwikkelingsbelemmeringen opsporen
  • omgaan met specifieke zorgvragen
  • (moeilijke) oudergesprekken voeren

 Deze nieuwe taken vragen om nieuwe competenties, zoals:

  • analytisch vermogen
  • reflecteren op het eigen handelen
  • helicopterview

Met de komst van nieuwe competenties liggen de functie-eisen voor pedagogisch medewerkers onderhand gedeeltelijk op HBO niveau. Tegelijkertijd blijven de kwaliteiten van de MBO-er, zoals het geven van zorg en emotionele ondersteuning, van grote waarde voor het werken met jonge kinderen. Een combinatie van beiden lijkt een sterke oplossing. Ik pleit voor een mix van opleidingen op de werkvloer. Functiedifferentiatie dus, zodat de pedagogische ervaring behouden blijft en aangevuld wordt met meer beleidsmatige deskundigheid.

Kansen voor kwaliteit
Nu er bij de vorming van IKC’s naar oplossingen wordt gezocht om de samenwerking praktisch en slim te organiseren, is dit hét moment om functiedifferentiatie in te voeren voor de allerjongste leeftijdsgroepen. Een IKC heeft immers diverse functies in huis waardoor uitwisseling van taken en werkzaamheden mogelijk moet zijn. Ook vanuit financieel oogpunt is dit een haalbaar scenario, omdat het om een herschikking van uren gaat.

Zolang het IKC te maken heeft met verschillende wetten en cao’s zijn er nog een aantal knelpunten op te lossen om een soepele uitwisseling van personeel mogelijk te maken. Met creativiteit, innovatiekracht en durf kunnen we bestaande structuren doorbreken.

Investeren in een professionele omgeving voor de jongste kinderen loont, dus: aan de (kwaliteits)slag!